Uitspraak
.Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M.J. Eijmael
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft sinds 1992 vanuit Marokko verzocht om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, nadat hij zich ziek had gemeld. Diverse besluiten van het UWV en eerdere uitspraken van rechtbank en Raad bevestigden dat appellant ten tijde van zijn ziekmelding niet meer verzekerd was voor de WAO.
Ondanks meerdere verzoeken en medische verklaringen van psychiaters, oordeelde het UWV en de rechterlijke instanties dat deze informatie geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatte die het eerdere besluit konden herzien. De medische verklaringen betroffen uitsluitend de gezondheidstoestand na de ziekmelding en konden niet aantonen dat appellant destijds verzekerd was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het oorspronkelijke besluit terecht was en dat het toetsingskader correct was toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd, zonder aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.