ECLI:NL:CRVB:2016:1444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wsw-indicatie na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante diende op 28 november 2013 een aanvraag in voor een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Het UWV voerde medische en arbeidskundige onderzoeken uit, waaruit bleek dat appellante met haar beperkingen arbeid in een normale arbeidsomgeving kon verrichten mits enkele aanpassingen. Het bezwaar van appellante tegen de afwijzing werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen en dat het UWV-onderzoek onzorgvuldig was. Zij verwees naar haar borderline persoonlijkheidsstoornis, suïcide- en automutilatiegevaar en duizeligheidsklachten, en stelde dat zij continue begeleiding nodig had.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig had onderzocht en dat de noodzakelijke begeleiding niet gelijkstaat aan continue leiding. De medische informatie van de huisarts werd betrokken maar leidde niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wsw-indicatieaanvraag van appellante.