ECLI:NL:CRVB:2016:1446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf wegens plichtsverzuim ambtenaar met vermindering vakantietegoed
Appellant, een ambtenaar in vaste dienst, kreeg op 3 juli 2013 een disciplinaire straf opgelegd wegens het niet tijdig aanvaarden van zijn dienst op 2 januari 2013, waarbij hij bovendien onder invloed van alcohol op het werk verscheen. Na bezwaar werd het besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de straf niet onevenredig was.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vooraf goedgekeurd verlof had op 2 januari 2013 en dat de staatssecretaris het definitieve dienstrooster niet kon overleggen. De Raad overwoog dat het definitieve rooster op 3 december 2012 was vastgesteld en dat wijzigingen het oorspronkelijke rooster overschrijven, waardoor alleen de laatste versie zichtbaar is. Uit het rooster en het roosterboek bleek dat appellant dienst had en dat het compensatieverlof pas achteraf op 7 januari 2013 werd toegekend.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij vooraf verlof had gekregen. De Raad bevestigde dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim en dat de opgelegde straf passend is, mede omdat appellant als een gewaarschuwd man geldt. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De disciplinaire straf van vermindering met acht uur vakantie wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.