ECLI:NL:CRVB:2016:1449
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp en vergoeding aanschaf auto Wubo
Appellante, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), verzocht om uitbreiding van haar huishoudelijke hulp en een vergoeding voor de aanschaf van een auto. Deze verzoeken werden door de Sociale verzekeringsbank afgewezen omdat zij in staat werd geacht lichte huishoudelijke werkzaamheden zelf te verrichten en geen absolute belemmering had om gebruik te maken van openbaar vervoer of taxi.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat appellante, ondanks haar psychische en somatische klachten, lichte huishoudelijke taken zoals koken, opruimen en boodschappen doen kan uitvoeren. Er was geen sprake van (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag. Medische adviezen onderschreven dat er geen noodzaak was voor uitbreiding van huishoudelijke hulp.
Ten aanzien van de vergoeding voor de aanschaf van een auto oordeelde de Raad dat appellante geen absolute verhindering had om gebruik te maken van het openbaar vervoer of taxi. Hoewel haar klachten het gebruik bemoeilijken, is er geen onmogelijkheid. Hierdoor kwam zij niet in aanmerking voor de gevraagde vergoeding.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van uitbreiding huishoudelijke hulp en vergoeding aanschaf auto wordt ongegrond verklaard.