ECLI:NL:CRVB:2016:1464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf in gemeente Zoetermeer
Appellant ontving bijstand in de gemeente Zoetermeer, maar het college stelde na onderzoek vast dat hij zijn hoofdverblijf niet in die gemeente had. Dit onderzoek bestond uit dossieronderzoek, huisbezoek, verklaringen van buurtbewoners en analyse van waterverbruik.
De rechtbank oordeelde dat de onderzoeksbevindingen voldoende waren om de bijstand te beëindigen en terug te vorderen over de periode van juli 2012 tot mei 2014. Appellant voerde verweer, maar kon het ontbreken van kleding en administratie in de woning, verklaringen van buurtbewoners en het extreem lage waterverbruik niet overtuigend weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken en wijst erop dat het onderzoek zorgvuldig was en dat het lage waterverbruik een zwaarwegend bewijs is dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. De terugvordering van €19.940,17 blijft gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het ontbreken van het hoofdverblijf in de gemeente Zoetermeer wordt bevestigd.