ECLI:NL:CRVB:2016:1480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WGA-uitkeringsbesluit ondanks gezondheidsklachten appellant
Appellant is sinds 2008 arbeidsongeschikt vanwege fysieke en psychische klachten en ontvangt een loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV heeft in 2013 en 2014 besluiten genomen over zijn mate van arbeidsongeschiktheid en de geschiktheid voor geselecteerde functies. Appellant heeft bezwaar en beroep ingesteld tegen deze besluiten, stellende dat zijn beperkingen zijn toegenomen en dat de geselecteerde functies niet passend zijn.
De rechtbank Midden-Nederland vernietigde in 2014 het bestreden besluit deels vanwege een gebrekkige medische grondslag en onvoldoende motivering omtrent werktijden, waarna het UWV het besluit aanpaste. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst onvoldoende zijn en dat er sprake is van meer beperkingen door nekletsel, schouderklachten en psychische stoornissen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de arbeidsdeskundige rapporten beoordeeld en geoordeeld dat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de medische situatie van appellant. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de eerdere uitspraken, waarmee het besluit van het UWV in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het UWV-besluit en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.