ECLI:NL:CRVB:2016:1523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand volgens de norm voor alleenstaande ouder en alleenstaande. Na signalen over afwezigheid bij verzuimcontroles startte de gemeente een onderzoek naar de woonsituatie van appellant. Tijdens een gesprek op 15 januari 2014 verklaarde appellant samen te wonen met appellante, wat werd bevestigd tijdens een huisbezoek.
Het college trok de bijstand met ingang van 15 maart 2013 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug, omdat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellanten gingen in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellant tijdens het gesprek op 15 januari 2014 terecht bij de beoordeling werd betrokken, ondanks dat appellant zich verrast voelde en psychische problemen aanvoerde, die onvoldoende waren onderbouwd. De verklaring van appellante tijdens het huisbezoek mocht slechts worden gebruikt voor de periode vanaf 15 januari 2014, omdat voorafgaand aan het huisbezoek geen 'informed consent' was gegeven.
De Raad vond dat het gebruik van deze verklaring voor de periode daarvoor niet geoorloofd was, maar dat dit gebrek niet tot vernietiging van het besluit leidde omdat voldoende ander bewijs bestond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding.