ECLI:NL:CRVB:2016:1530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding en onvoldoende zorgindicatie
Appellant vroeg bijstand aan als alleenstaande, maar het college wees de aanvraag af omdat hij een gezamenlijke huishouding voert met K, wiens inkomen voldoende is voor beiden. Appellant betwistte dit en stelde dat er geen wederzijdse zorg is en dat K een grote zorgbehoefte heeft die een uitzondering op de WWB rechtvaardigt.
De Raad onderzocht de feiten, waaronder verklaringen over het gebruik van de woning, gezamenlijke kosten en mantelzorg. De Raad concludeerde dat er sprake is van wederzijdse zorg en een gezamenlijke huishouding. Appellant overhandigde echter geen objectieve medische gegevens over de zorgbehoefte van K, waardoor de uitzondering op de WWB niet kon worden toegepast.
Daarom was appellant geen zelfstandig rechtspersoon voor bijstand en was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd vanwege gezamenlijke huishouding zonder geldige uitzondering.