ECLI:NL:CRVB:2016:155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- G. van Zeben-de Vries
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als tuinbouwmedewerker, ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die later werd omgezet in een WGA-vervolguitkering. Na een toegenomen arbeidsongeschiktheid en een knieoperatie werd de uitkering ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden overschat en dat de geduide functies ongeschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door verzekeringsartsen voldoende zorgvuldig was, waarbij ook alle medische informatie was betrokken. Er was geen nieuwe medische informatie die aanleiding gaf tot een andere beoordeling. Daarnaast werd bevestigd dat appellant in staat is interne opleidingen te volgen, mede gelet op het bezit van een rijbewijs en eerdere vakgerichte cursussen.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering na een zorgvuldig medisch onderzoek.