ECLI:NL:CRVB:2016:157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens juiste vaststelling belastbaarheid
Appellant meldde zich ziek bij het UWV en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn eerdere loon kan verdienen en weigerde de uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed vanwege een schending van de hoorplicht in de bezwaarprocedure.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij meer beperkingen heeft en dat zijn medische situatie onvoldoende is onderzocht. Hij verzocht om benoeming van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden van appellant een herhaling waren van eerdere bezwaren, dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deugdelijke afwegingen bevatte, en dat er geen reden was om aan de vastgestelde belastbaarheid te twijfelen. De Raad zag geen aanleiding tot benoeming van een deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad wees ook op het oordeel van de rechtbank dat de voorgehouden functies geen overschrijding van de belastbaarheid van appellant opleveren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.