ECLI:NL:CRVB:2016:1570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-uitkering wegens onvoldoende bewijs verzekerde tijd in Nederland
Appellant, geboren in 1947, heeft een AOW-pensioen aangevraagd met de stelling dat hij eind jaren zeventig en begin jaren tachtig in Nederland heeft gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant verzekerd tijd had opgebouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond nadat de Svb aanvullend onderzoek had gedaan bij de gemeente Rotterdam, een kaasfabriek en pensioenfondsen, waaruit bleek dat appellant niet in hun bestanden voorkomt. Appellant heeft niet kunnen aantonen dat hij in Nederland verzekerd was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek van de Svb zorgvuldig was en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 29 april 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AOW-uitkering wegens onvoldoende bewijs van verzekerde tijd in Nederland.