Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:1584

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 april 2016
Publicatiedatum
2 mei 2016
Zaaknummer
14/5780 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ANWArt. 13a ANWArt. 22 Verdrag sociale zekerheid Nederland-MarokkoArt. 63a ANWArt. 63b ANW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2013. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden.

Appellante voerde bezwaar aan en stelde dat zij bereid was premie te betalen voor een vrijwillige verzekering, maar de Svb wees ook dit verzoek af omdat de aanvraag te laat was ingediend en de echtgenoot geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid zich vrijwillig te verzekeren na het einde van de verplichte verzekering in 2000.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de echtgenoot niet verzekerd was volgens artikel 13 ANW Pro, noch onder de Marokkaanse wetgeving, en dat de postume deelname aan de vrijwillige verzekering niet mogelijk is na overlijden.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatieberoep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.

Uitspraak

14/5780 ANW
Datum uitspraak: 29 april 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
9 september 2014, 14/878 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2016. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F.L. Metz.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot heeft in Nederland gewoond en is [in]
2013 in Marokko overleden. De echtgenoot van appellante ontving vanaf 1990 tot zijn overlijden een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
1.2.
Naar aanleiding van het overlijden van haar echtgenoot heeft appellante een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd.
1.3.
Bij besluit van 3 december 2013 heeft de Svb de aanvraag om een nabestaandenuitkering afgewezen, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
1.4.
In bezwaar tegen dit besluit heeft appellante aangevoerd dat zij als weduwe van haar overleden echtgenoot recht heeft op een ANW-uitkering. Daaraan heeft zij toegevoegd dat zij bereid is premie voor de vrijwillige verzekering te betalen om recht te krijgen op dit pensioen.
1.5.
Bij beslissing op bezwaar van 13 januari 2014 (bestreden besluit 1) is het bezwaar tegen het besluit van 3 december 2013 ongegrond verklaard.
1.6.
Bij besluit van 24 januari 2014 heeft de Svb de aanvraag om postume deelname aan de vrijwillige verzekering voor de ANW afgewezen.
1.7.
Bij beslissing op bezwaar van 6 mei 2014 (bestreden besluit 2) is het bezwaar tegen het besluit van 24 januari 2014 ongegrond verklaard. Ter motivering wordt opgemerkt dat de verplichte verzekering van de echtgenoot van appellante is geëindigd op 1 januari 2000. De echtgenoot was in aansluiting daarop bevoegd de verzekering op vrijwillige basis voort te zetten, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Pas na zijn overlijden is door appellante namens haar echtgenoot een verzoek ingediend om postuum deel te nemen aan de vrijwillige verzekering. Onder verwijzing naar de artikelen 63a en 63b van de ANW wordt geconcludeerd dat de echtgenoot van appellante niet postuum mag deelnemen aan de vrijwillige verzekering.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de beroepen ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een nabestaandenuitkering.
4. De Raad overweegt het volgende.
4.1.
Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Verder is in geschil of de Svb terecht heeft geweigerd de echtgenoot van appellante postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de ANW.
4.2.
Volgens artikel 13 van Pro de ANW is verzekerd krachtens die wet degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, maar ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer in Nederland werkte, was hij toen op grond van deze bepaling niet verzekerd voor de ANW.
4.3.
Voor zover de echtgenoot van appellante op grond van zijn WAO-uitkering tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd is geweest voor de volksverzekeringen op grond van het met ingang van die datum vervallen artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, bestond voor hem de mogelijkheid zich na die datum vrijwillig te verzekeren. Vast staat dat de echtgenoot van appellante van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. Dit betekent dat de echtgenoot van appellante op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW, zodat in zoverre geen aanspraak bestaat op een nabestaandenuitkering ingevolge die wet.
4.4.
Op grond van gegevens van het Caisse Nationale de Sécurité Sociale staat verder vast dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 13a van de ANW in combinatie met artikel 22 van Pro het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een nabestaandenuitkering bestaat.
4.5.
Betreffende de weigering van de Svb de echtgenoot van appellante postuum te laten deelnemen aan de vrijwillige verzekering voor de ANW, moet worden vastgesteld dat de aanvraag daarvoor te laat is ingediend. Door appellante is niets aangevoerd dat zou kunnen meebrengen dat de niet-tijdige aanvraag om deelname aan de vrijwillige verzekering verschoonbaar is.
4.6.
Het onder 4.1 tot en met 4.5 overwogene leidt tot het oordeel dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van I.G.A.H. Toma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2016.
(getekend) H.J. Simon
(getekend) I.G.A.H. Toma
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden ( Postbus 20303, 2500 ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

UM

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M. le maître H.J. Simon en présence de le maître I.G.A.H. Toma en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 29 avril 2016.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas : Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.