ECLI:NL:CRVB:2016:1593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loongerelateerde WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV dat haar een loongerelateerde WGA-uitkering toekende vanaf 20 november 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep stelde appellante dat haar medische beperkingen werden onderschat en dat zij niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen, mede door het ontbreken van herstel ondanks behandelingen en haar afhankelijkheid van familieondersteuning.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische grondslag van het besluit juist was en dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden verricht, waarbij ook de informatie van de behandelend sector was meegewogen. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) bevatte ruime beperkingen, inclusief een urenbeperking tot 20 uur per week. Er waren geen objectieve medische gegevens die aanleiding gaven tot een ander oordeel.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies medisch gezien geschikt waren voor appellante, zoals toegelicht in de arbeidsdeskundige rapporten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.