ECLI:NL:CRVB:2016:1643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35,34%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd.
In hoger beroep stelt appellant dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn psychische klachten, concentratieproblemen en rugklachten, en dat de beperkingen onderschat zijn. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat heeft gemotiveerd en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) correct is aangepast. Het ontbreken van een rapport van een regulier medicus dat aanleiding geeft tot twijfel aan de medische beoordeling is doorslaggevend.
De Raad bevestigt dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant en dat het hoger beroep niet slaagt. Er is geen aanleiding voor een onafhankelijk deskundigenonderzoek en ook geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.