ECLI:NL:CRVB:2016:1657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstand wegens kostendelersnorm
Verzoekster ontving bijstand op grond van de IOAW en woonde samen met haar zus die een Wajong-uitkering ontvangt. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verlaagde haar bijstand vanwege de kostendelersnorm en trok deze later in na een huisbezoek waarbij werd vastgesteld dat zij een gezamenlijke huishouding voerden.
Verzoekster stelde in hoger beroep dat de intrekking van de bijstand haar in financiële problemen bracht en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat geen sprake was van onverwijlde spoed, mede omdat het geschil slechts een korte periode betrof en verzoekster onvoldoende haar financiële nood had onderbouwd.
Daarnaast had verzoekster na de intrekking meerdere keren opnieuw bijstand aangevraagd, waarbij rechtsmiddelen openstonden. Ook de toeslag op de Wajong-uitkering van haar zus en mogelijke betalingen van derden werden meegewogen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening bij intrekking van de bijstand wegens kostendelersnorm is afgewezen wegens gebrek aan onverwijlde spoed.