ECLI:NL:CRVB:2016:1677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Betrokkene, werkzaam als banketbakker, viel uit wegens heupklachten na een val en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen en wees de uitkering af. Na bezwaar en beroep werd een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst opgesteld, waarbij betrokkene ongewijzigd in een arbeidsongeschiktheidsklasse van minder dan 35% werd ingedeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep voerde betrokkene aan dat hij meer beperkt was dan aangenomen, met verwijzing naar medische specialisten en zijn beperkingen bij knielen en hurken. De Raad overwoog dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat een aanvullende beperking voor rijvaardigheid niet leidde tot wijziging van de besluitvorming. Er was geen nieuwe medische onderbouwing die twijfel opriep aan de beoordeling. De arbeidsdeskundige had de geschiktheid van functies voldoende gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat betrokkene geen recht heeft op een WIA-uitkering.