ECLI:NL:CRVB:2016:17
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot arbeid
Appellante, laatst werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich op 4 juni 2012 ziek met psychische klachten terwijl zij een WW-uitkering ontving. Na meerdere onderzoeken door verzekeringsartsen werd zij per 1 juli 2013 geschikt geacht voor arbeid. Het UWV beëindigde daarop haar Ziektewetuitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische stukken van appellante geen betrekking hadden op de relevante datum.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten ernstiger waren dan erkend en dat zij op de datum in kwestie niet kon werken. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de verzekeringsartsen en de rechtbank. Er waren geen objectieve beperkingen vastgesteld die werkhervatting in de weg stonden. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 1 juli 2013 bevestigd.