ECLI:NL:CRVB:2016:178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling laten aanvraag WWB en opdracht tot nieuwe beslissing
Appellante diende op 27 december 2012 een aanvraag om bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college liet de aanvraag op 13 februari 2013 buiten behandeling omdat niet alle gevraagde gegevens tijdig waren verstrekt. De rechtbank verklaarde dit besluit op 26 november 2013 ongegrond en bepaalde dat het college de aanvraag alsnog inhoudelijk moest beoordelen.
Het college nam de aanvraag daarop opnieuw in behandeling en gaf appellante de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen. Toen appellante niet alle gegevens verstrekte, liet het college de aanvraag op 30 januari 2014 opnieuw buiten behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond omdat appellante voldoende tijd had gekregen om de gevraagde gegevens te verstrekken.
In hoger beroep stelde appellante dat het college niet bevoegd was de aanvraag opnieuw buiten behandeling te laten, omdat de rechtbank in de eerdere procedure had bepaald dat het college de aanvraag inhoudelijk moest beoordelen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college inderdaad niet bevoegd was om opnieuw toepassing te geven aan artikel 4:5 van Pro de Awb en vernietigde het besluit van 30 januari 2014 en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad gaf het college de opdracht om een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak en bepaalde dat tegen deze nieuwe beslissing alleen bij de Raad beroep kan worden ingesteld. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het college om de aanvraag buiten behandeling te laten wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.