ECLI:NL:CRVB:2016:1808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig zijn in gemeente
Appellant ontving bijstand sinds december 2012 en stond ingeschreven op een adres in Schijndel. Na een onderzoek naar zijn werkelijke verblijfplaats, waarbij sociaal rechercheurs, getuigenverklaringen en observaties werden ingezet, bleek dat appellant zijn hoofdverblijf had bij de moeder van zijn kinderen in Vlijmen.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode dat appellant niet in Schijndel woonde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur voldoende feitelijke grondslag had om aan te nemen dat appellant niet woonde op het opgegeven adres. Diverse verklaringen, observaties en bankgegevens ondersteunden dit standpunt. Hierdoor had appellant geen recht meer op bijstand vanuit de gemeente Schijndel.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-woonachtig zijn in de gemeente Schijndel worden bevestigd.