ECLI:NL:CRVB:2016:1816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient griffierecht te worden betaald bij het indienen van een beroepschrift. De gemachtigde van appellant is tweemaal schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de uiterste betaaldatum.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut en griffier N. Khachatryan. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.