Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake kinderbijslag. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kwam haar bezwaren gedeeltelijk tegemoet met gewijzigde beslissingen op bezwaar, waarna appellante het hoger beroep introk en proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn vorderde.
De Raad overwoog dat de Svb de proceskosten van appellante in bezwaar, beroep en hoger beroep moest vergoeden, begroot op €1.984,-. Daarnaast werd beoordeeld of de redelijke termijn was overschreden. De totale procedure duurde ruim vijf jaar, terwijl de toegestane termijn vier jaar bedroeg. De overschrijding van ruim één jaar en drie maanden leidde tot een schadevergoeding van €1.500, die volledig voor rekening van de Staat kwam.
De Raad wees op de toepasselijkheid van het oude recht voor schadevergoeding wegens overschrijding, aangezien de besluiten dateren van vóór 1 juli 2013. De behandelingstermijnen van bezwaar, beroep en hoger beroep werden afzonderlijk beoordeeld en de overschrijding werd niet gerechtvaardigd geacht. De uitspraak werd gedaan door T.L. de Vries, met P. Boer als griffier.