ECLI:NL:CRVB:2016:1880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder nader onderzoek
Appellante ontving bijstand als alleenstaande en meldde telefonisch en schriftelijk dat zij met M een gezamenlijke huishouding ging voeren. Het college trok daarop de bijstand met ingang van die datum in en wees een nieuwe aanvraag af vanwege het gezamenlijke inkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en niet zomaar mocht afgaan op haar onjuist ingevulde formulier.
De Raad oordeelde dat appellante zelf op meerdere momenten had verklaard dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, waardoor het college zonder nader onderzoek mocht uitgaan van die situatie. De stelling dat het formulier onjuist was ingevuld en dat zij verkeerd was geïnformeerd, werd niet aannemelijk gemaakt.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.