ECLI:NL:CRVB:2016:1883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogen boven vermogensgrens
Appellant ontving bijstand sinds 2007 en werd onderzocht na een melding over een banktegoed van €6.850,- eind 2009. Uit onderzoek bleek dat appellant een auto had gekocht voor €11.760,55 en dat hij vermogen boven de vrij te laten vermogensgrens had. Het college trok de bijstand over bepaalde periodes in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het bedrag geleend was van zijn zus en dat hij niet over de auto kon beschikken. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor deze stellingen. De verklaringen waren niet concreet, verifieerbaar of tijdig. De Raad bevestigde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van vermogen boven de grens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.