ECLI:NL:CRVB:2016:1906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme tip stelde de gemeente Groningen een onderzoek in naar mogelijke werkzaamheden van appellant bij een fietsenzaak. Dit leidde tot een besluit tot intrekking van de bijstand en terugvordering van € 5.556,64 over de periode april tot juli 2012.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens onvoldoende grondslag, maar bij het bestreden besluit handhaafde het college de intrekking en stelde de terugvordering vast op € 1.200,- gebaseerd op een verklaring van appellant tijdens een zitting in maart 2013, waarin hij toegaf 2,5 maand gewerkt te hebben en een bedrag tussen € 1.000,- en € 1.200,- te hebben ontvangen.
Appellanten voerden aan dat er geen sprake was van op geld waardeerbare werkzaamheden en dat de verklaring onvoldoende was onderbouwd. De Raad oordeelde dat de verklaring voldoende grondslag bood en dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door de inkomsten niet te melden. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.