ECLI:NL:CRVB:2016:1909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens vermogen boven grens
Appellant en zijn echtgenote ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) naast hun AOW-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stopzette in februari 2013 de AIO-uitkering vanwege vermoedens van vermogen in Turkije. Onderzoek door de Nederlandse ambassade in Ankara toonde aan dat appellant een werkplaats en zijn echtgenote landbouwgrond in Turkije bezaten, met een gezamenlijke waarde die de vrijstellingsgrens overschreed.
De Svb trok daarop de AIO-aanvulling in en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug over de periode van oktober 2008 tot december 2013. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onvolledig was en dat zijn echtgenote niet over de landbouwgrond zou beschikken omdat het familiebezit zou zijn.
De Raad oordeelde dat de registratie van de landbouwgrond op naam van de echtgenote de veronderstelling rechtvaardigt dat zij erover beschikt, en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat dit anders was. Tevens werd vastgesteld dat appellant en echtgenote hun inlichtingenplicht hadden geschonden door het bezit niet te melden. Gezien de waarde van het vermogen was het niet aannemelijk dat zij recht hadden op AIO. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling bevestigd.