ECLI:NL:CRVB:2016:1920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante was werkzaam als medewerkster cleanroom via de Wet Sociale werkvoorziening en meldde zich ziek met diverse klachten. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd zij per 13 januari 2014 geschikt bevonden voor haar laatst verrichte arbeid. Het UWV beëindigde daarop haar ZW-uitkering, wat door appellante werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en rekening was gehouden met haar beperkingen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en overhandigde aanvullende medische stukken.
De Raad concludeert echter dat deze stukken geen aanleiding geven om het oordeel van de verzekeringsarts te verwerpen. De diagnose PTSS werd niet onderbouwd en de klachten rechtvaardigen geen ander oordeel over haar belastbaarheid. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering wordt bevestigd.