ECLI:NL:CRVB:2016:196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toekenning bijstand op grond van WWB
Appellante vroeg bijstand aan op basis van de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 27 februari 2013, maar het college kende deze toe vanaf 16 mei 2013. Het college stelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij zich niet eerder kon melden voor een aanvraag. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet in staat was eerder een aanvraag te doen, maar dit was een herhaling van eerdere stellingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de uitspraak dat geen terugwerkende kracht wordt verleend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.