Uitspraak
16 juli 2015, 15/1059 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten huren sinds 25 augustus 2014 een kamer met een huurprijs van €500 per maand, inclusief gemeenschappelijke ruimten en nutsvoorzieningen. Op 15 september 2014 vroegen zij bijstand aan op grond van de WWB. Het dagelijks bestuur kende bijstand toe volgens de norm voor gehuwden, met een verlaging van 10% vanwege het kunnen delen van kosten door kamerbewoning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze verlaging ongegrond. Appellanten gingen in hoger beroep en stelden dat er zeer bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van de standaard verlaging rechtvaardigen. De Raad overwoog dat de WWB en de Toeslagenverordening een verlaging van 10% toestaan bij gedeelde kosten, en dat de huurprijs geen zeer bijzondere omstandigheid vormt.
De Raad benadrukte dat de keuze voor een kamer met een hoge huurprijs voor rekening van appellanten blijft en dat de gevolgen daarvan niet op de bijstand kunnen worden afgewenteld. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsnorm met 10% wegens kamerbewoning wordt bevestigd, zonder afwijking wegens bijzondere omstandigheden.