ECLI:NL:CRVB:2016:1989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig medewerker salarisadministratie, meldde zich ziek met psychische klachten terwijl zij een WW-uitkering ontving. Het UWV stelde na medisch onderzoek door drie verzekeringsartsen vast dat zij per 21 juli 2014 geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde haar ZW-uitkering. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat nieuwe medische informatie van haar behandelend psychologe niet was betrokken. Zij stelde dat haar concentratieproblemen en vermoeidheid haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden en verzocht om inschakeling van een deskundige.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld. De verzekeringsartsen hadden de medische informatie van de behandelend psychologe betrokken en overtuigend onderbouwd dat de klachten geen reden gaven tot arbeidsongeschiktheid. Ook de fysieke klachten werden beoordeeld en leidden niet tot een andere conclusie. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de ZW-uitkering te beëindigen wegens geschiktheid voor werk.