ECLI:NL:CRVB:2016:2009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig stellen wegens niet betalen AOW-premie ondanks detentie in buitenland
Appellante is door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) schuldig nalatig gesteld wegens het niet betalen van de verschuldigde premie voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) over het jaar 2004. De aanslag was ambtshalve opgelegd omdat appellante geen aangifte had gedaan. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de aanslag niet had ontvangen omdat zij sinds eind 2004 in Noorwegen gedetineerd was, waardoor zij geen aangifte kon doen en de aanslag niet ontving. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat een verzekerde die geruime tijd in het buitenland verblijft, ook in detentie, zelf verantwoordelijk is voor het behartigen van zijn belangen in Nederland. Het niet ontvangen van de aanslag komt voor rekening en risico van appellante.
De Raad stelde vast dat de aanslag ambtshalve was opgelegd en dat de wettelijke regeling bepaalt dat in dat geval het schuldig nalatig stellen niet wordt afgewezen. De uitschrijving uit het persoonsregister door de gemeente is irrelevant voor de beoordeling. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees een toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante schuldig nalatig is in het niet betalen van de AOW-premie over 2004.