ECLI:NL:CRVB:2016:201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen invordering AIO-aanvulling wegens verblijf in buitenland
Appellant ontving vanaf november 2010 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De Sociale verzekeringsbank (Svb) schortte de AIO-aanvulling op per 1 maart 2013 vanwege verblijf buiten Nederland en introk deze per 24 april 2013. Tevens vorderde de Svb een bedrag van €4.973,84 terug, met een betalingsregeling via inhouding op het AOW-pensioen.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit tot invordering van september 2013, maar niet tegen de intrekkingsbesluiten van juli 2013. De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond omdat de eerdere besluiten in rechte vaststaan. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het bezwaar als een verzoek tot terugkomen op de eerdere besluiten moest worden beschouwd. De Raad oordeelde dat dit niet uit het bezwaarschrift blijkt, omdat alleen het besluit van september 2013 werd genoemd en niet de besluiten van juli 2013. Daarom faalt het beroep en wordt de uitspraak bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 19 januari 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.