ECLI:NL:CRVB:2016:2011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellant was tot maart 2010 assistent bedrijfsleider en meldde zich in augustus 2011 ziek. Na afloop van de wachttijd werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor diverse functies. In juni 2014 meldde appellant zich opnieuw ziek wegens toegenomen psychische klachten en akoestische hallucinaties.
Een verzekeringsarts oordeelde dat appellant geschikt was voor de functie van magazijn-expeditiemedewerker, waarna het UWV het recht op ziekengeld per 5 juni 2014 weigerde. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de degeneratieve rugafwijking niet was meegenomen in de beoordeling. De Raad oordeelde echter dat deze klacht wel degelijk was betrokken bij het medisch onderzoek en dat er geen aanleiding was voor een nieuw deskundigenonderzoek. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.