ECLI:NL:CRVB:2016:204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijke woonsituatie
Appellant ontving bijstand sinds mei 2013 en gaf een verhuizing door naar een vakantiewoning met een huurperiode van slechts een week. Na een anonieme tip startte de gemeente een onderzoek naar zijn woonplaats. Uit verklaringen van de verhuurster en verhuurder bleek onduidelijk waar appellant vanaf oktober 2013 daadwerkelijk woonde. Appellant kon geen bewijs van huurbetalingen overleggen.
Het college trok de bijstand per 10 oktober 2013 in vanwege schending van de inlichtingenverplichting. Appellant maakte bezwaar, maar het college handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nog steeds op het opgegeven adres woonde en dat het college zich onterecht baseerde op één verklaring.
De Raad oordeelt dat de verklaringen van de verhuurster en verhuurder samen een toereikende grondslag vormen voor het standpunt dat de woon- en verblijfsituatie onduidelijk bleef. Door geen duidelijkheid te verschaffen, schond appellant zijn inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd vanwege onduidelijkheid over de woonplaats van appellant.