ECLI:NL:CRVB:2016:206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs woonsituatie
Appellanten dienden op 24 juli 2013 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij de aanvraag werden verklaringen overgelegd over de woon- en leefsituatie van appellant, die echter tegenstrijdigheden bevatten en onvoldoende bewijs leverden van zijn daadwerkelijke verblijfplaatsen en levensonderhoud.
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees de aanvraag af omdat appellanten niet voldeden aan de inlichtingenverplichting en onvoldoende eenduidig inzicht boden in de periode vanaf 1 juni 2012. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, onder meer vanwege tegenstrijdige verklaringen en afwijkingen tussen bankafschriften en opgegeven verblijfplaatsen.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij als Somalische vluchtelingen met taal- en cultuurproblemen niet goed begrepen welke gegevens zij moesten verstrekken, maar de Raad verwierp dit omdat zij hulp hadden kunnen inroepen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat appellanten onvoldoende duidelijkheid hadden verschaft over hun situatie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de woonsituatie en het levensonderhoud.