ECLI:NL:CRVB:2016:209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandigen wegens onvoldoende ondernemingsplan
Appellant, die bijstand ontvangt, heeft een aanvraag ingediend voor bijstand ter voorziening in bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) met een ondernemingsplan voor een rijschool. Het college van burgemeester en wethouders van Venlo wees de aanvraag af wegens het ontbreken van levensvatbaarheid van het beoogde bedrijf. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het college de aanvraag onvoldoende zorgvuldig had voorbereid en dat het ondernemingsplan wel degelijk voldoende was om levensvatbaarheid aan te tonen. De Raad oordeelde dat het college en de rechtbank terecht hadden geoordeeld dat het ondernemingsplan tekortkomingen vertoonde, zoals gebrek aan relevante ervaring, onvoldoende onderbouwing van financiële cijfers en geen duidelijkheid over de doelgroep en verzekeringen.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2016.
Uitkomst: De aanvraag bijstand zelfstandigen wordt afgewezen vanwege een onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan.