ECLI:NL:CRVB:2016:2114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-naleving arbeidsverplichting ondanks kinderopvangproblemen
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder en werd bemiddeld naar een fulltime baan van 40 uur per week. Hij weigerde deze banen omdat hij slechts parttime wilde werken vanwege problemen met kinderopvang en de gezinssituatie. Het college verlaagde daarom zijn bijstand met 100% voor één maand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat kinderopvangproblemen en financiële bezwaren hem verhinderden fulltime te werken en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn situatie. Ook betoogde hij dat de maatregel gematigd had moeten worden.
De Raad oordeelde dat het niet nakomen van de arbeidsverplichting verwijtbaar is omdat appellant zelf verantwoordelijk is voor het regelen van passende kinderopvang. Hij had geen gebruik gemaakt van kinderopvangtoeslag en het college hoefde geen nader onderzoek te doen. De maatregel was passend gezien ernst en verwijtbaarheid.
Het hoger beroep werd verworpen en de verlaging van de bijstand bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor kostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor één maand wordt bevestigd wegens verwijtbaar gedrag van appellant.