Uitspraak
[V] verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.R. Bos.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft haar werkzaamheden in 2007 gestaakt wegens psychische klachten en fibromyalgie. Na een eerdere weigering van een WIA-uitkering in 2009, meldde zij zich in 2012 opnieuw ziek met een burn-out en fibromyalgie. Het UWV stelde in 2013 vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was en weigerde de uitkering. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep, waarbij verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige hun rapporten opstelden.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat, met name haar psychische klachten en fibromyalgie.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het medisch onderzoek was zorgvuldig, met dossieronderzoek en inachtneming van relevante medische informatie. De beperkingen waren voldoende gemotiveerd en de belastbaarheid was juist vastgesteld. De Raad concludeerde dat appellante medisch geschikt is voor de geselecteerde functies en dat het hoger beroep ongegrond is.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.