Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds december 2009 bijstand en gaf aan te wonen op een adres waar hij een kamer huurde. Naar aanleiding van een anonieme tip werd een onderzoek ingesteld naar zijn woonplaats. Toezichthouders zagen appellant op een ander adres samen met zijn echtgenote en kinderen, wat leidde tot twijfel over zijn hoofdverblijf.
Het college trok de bijstand per 12 augustus 2014 in omdat appellant niet kon aantonen dat hij woonde op het uitkeringsadres en daarmee zijn inlichtingenverplichting schond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep met het argument dat de vakantieperiode de situatie verklaarde.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde van zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres. Tijdens een huisbezoek kon hij geen persoonlijke eigendommen tonen die zijn verblijf bevestigden. De vakantieperiode bood geen verklaring voor de geconstateerde omstandigheden. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege onvoldoende duidelijkheid over het hoofdverblijf en schending van de inlichtingenverplichting.