ECLI:NL:CRVB:2016:2196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op nabestaandenuitkering na hertrouwen en echtscheiding
Appellante, weduwe van een overledene, vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Na het overlijden van haar echtgenoot in 2012 hertrouwde zij in 2013, waarna de uitkering werd toegekend maar kort daarna ingetrokken vanwege het hertrouwen.
Appellante startte een scheidingsprocedure wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk en stelde dat zij door een onjuiste mededeling van de Sociale verzekeringsbank (Svb) had gehandeld, waardoor het recht op uitkering zou moeten herleven. De rechtbank wees dit beroep af omdat de echtscheiding niet was veroorzaakt door de onjuiste mededeling en appellante niet in een nadeliger positie was gekomen door de brief van de Svb.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat de toezegging van de Svb geen grond kan zijn voor het toekennen van een nabestaandenuitkering tegen de wet in. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de nabestaandenuitkering bevestigd.