ECLI:NL:CRVB:2016:2197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering op grond van ANW wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die een AOW-uitkering ontving en in Marokko woonde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW en ook geen recht bestond op grond van het Nederlands-Marokkaanse sociale zekerheidsverdrag.
In bezwaar stelde appellante dat haar echtgenoot recht had op een postume toelating tot de vrijwillige verzekering voor de ANW, omdat hij premies had betaald tijdens zijn werkperiode in Nederland. De Svb handhaafde het besluit, stellende dat een AOW-pensioen sinds 2000 geen grond meer is voor verzekering voor de ANW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de echtgenoot niet woonachtig of werkzaam was in Nederland en niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW. Ook was niet gebleken dat hij verzekerd was onder de Marokkaanse wetgeving. De Raad volgt deze overwegingen en bevestigt het oordeel dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering. De persoonlijke omstandigheden van appellante kunnen hieraan niets veranderen, omdat de ANW dwingendrechtelijk is en geen ruimte biedt voor uitkering zonder recht.
De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 mei 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.