ECLI:NL:CRVB:2016:2241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens voldoende belastbaarheid in eigen werk
Appellant, werkzaam als medewerker stadstoezicht, meldde zich ziek met hoofdpijn en nek-, arm- en handklachten terwijl hij een WW-uitkering ontving. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat appellant per 7 mei 2014 in staat was zijn arbeid te verrichten en weigerde ziekengeld toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid van appellant niet werd overschreden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en verwees naar een intakerapport van een GZ-psycholoog dat een ernstig jeugdtrauma vermeldde. De Raad overwoog dat dit rapport na de datum in geschil was opgesteld en dat de verzekeringsartsen geen psychische klachten hadden vastgesteld. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant in staat was tot arbeid en zag geen reden een onafhankelijke deskundige te benoemen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen recht heeft op ziekengeld.