ECLI:NL:CRVB:2016:2265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande sinds november 2009. Na een anonieme melding startte de gemeente Schiedam een onderzoek naar mogelijke gezamenlijke huishouding met M. Uit het onderzoek, waaronder huisbezoek, waterverbruik en verklaringen, bleek dat appellante en M vanaf 25 augustus 2010 een gezamenlijke huishouding voerden.
Het college trok de bijstand vanaf die datum in en vorderde onterecht ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat er voldoende bewijs was voor de gezamenlijke huishouding en de schending van de inlichtingenplicht.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het waterverbruik onjuist was vastgesteld en dat er onvoldoende bewijs was. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank, bevestigde de intrekking en terugvordering en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.