ECLI:NL:CRVB:2016:2266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen gerechtvaardigd vertrouwen op niet-verrekening huurinkomsten bij bijstand
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en verhuurden hun koopwoning waarbij zij inkomsten uit verhuur ontvingen. Bij de aanvraag van bijstand gaven zij deze inkomsten op, waarna een inkomensconsulent dit doorstuurde aan de casemanager van de gemeente. De casemanager stelde in een e-mail dat de huurinkomsten niet zouden worden verrekend als deze kostendekkend waren.
Later bleek uit nadere informatie dat de huurinkomsten hoger waren dan de kosten van de woning, waarna de gemeente besloot tot herziening van de bijstand en terugvordering van te veel ontvangen bijstand. Appellanten voerden aan dat zij op basis van de eerdere e-mail mochten vertrouwen dat geen verrekening zou plaatsvinden.
De Raad oordeelde dat de mededeling geen ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging inhield, omdat deze was gebaseerd op de veronderstelling van kostendekkende huurinkomsten, wat niet het geval was. Daarom was er geen gerechtvaardigd vertrouwen en werd het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wegens huurinkomsten wordt bevestigd.