ECLI:NL:CRVB:2016:2278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd verzocht diverse financiële gegevens te overleggen, waaronder bankafschriften van alle betaal- en spaarrekeningen over de laatste twaalf maanden. Hoewel appellant een deel van de gevraagde afschriften overlegde, ontbraken meerdere bankafschriften, waardoor zijn financiële situatie onvoldoende duidelijk was.
Het college verleende aanvankelijk een voorschot in de vorm van een renteloze lening, maar wees later de aanvraag af en vorderde het voorschot terug omdat appellant niet kon aantonen recht te hebben op bijstand. Appellant verscheen niet op een gesprek en gaf onvoldoende verklaring over zijn levensonderhoud. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn medewerkingsplicht en onvoldoende aannemelijk maakte hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag. Ook een verklaring over een lening bood onvoldoende duidelijkheid. Het college hoefde geen uitzondering te maken ondanks de moeilijkheden van appellant om bankafschriften te verkrijgen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie van appellant.