ECLI:NL:CRVB:2016:2353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstand en bewijs van eerdere aanvraag
Appellant ontving tot 3 oktober 2013 bijstand en deed op 15 december 2013 een nieuwe aanvraag, die op 30 december 2013 digitaal werd verzonden. Het college verleende bijstand met ingang van 15 december 2013, de meldingsdatum. Appellant stelde dat hij eerder, op 28 oktober, 21 november en 5 december 2013, digitale aanvragen had ingediend, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het college ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat uit overgelegde printscreens blijkt dat hij op 21 november 2013 een aanvraag had ingediend en dat het onwaarschijnlijk is dat hij niet op 'versturen' heeft gedrukt. De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak bijstand niet wordt verleend over perioden voorafgaand aan de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
De Raad stelde vast dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij eerder dan 15 december 2013 een aanvraag heeft ingediend of dat hij door het college is belemmerd. Het college legde uit dat het systeem een bevestiging per e-mail stuurt bij ontvangst van een aanvraag, die appellant niet heeft overgelegd. De printscreens toonden slechts aan dat appellant was ingelogd, niet dat een aanvraag succesvol was verzonden.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand ingangsdatum blijft 15 december 2013.