ECLI:NL:CRVB:2016:2361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijdrage chronisch zieken en gehandicapten op grond van de WWB
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een bijdrage chronisch zieken en gehandicapten op grond van de Wet werk en bijstand. Het dagelijks bestuur heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarde dat zij meer dan één jaar onafgebroken gebruik heeft gemaakt van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij gebruikmaakt van een Wmo-voorziening, mede omdat de aangevoerde voorziening, een voedselpakket van de voedselbank, niet onder de Wmo valt.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald en medische klachten aangevoerd ter onderbouwing. Zij heeft evenwel geen nieuwe bewijsstukken overgelegd. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van de aanvraag.
Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 juni 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijdrage chronisch zieken en gehandicapten wordt bevestigd.