ECLI:NL:CRVB:2016:2386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen werkzaamheden als kapper
Appellant ontving sinds 2003 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme tip dat appellant een kapperszaak had overgenomen en actief was als kapper, startte de gemeente Amsterdam een onderzoek. Dit leidde tot het besluit van 25 juli 2014 om de bijstand met ingang van 10 juli 2014 in te trekken wegens het schenden van de inlichtingenplicht.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de werkzaamheden als stagebegeleider in de kapperszaak als op geld waardeerbare activiteiten moesten worden gezien, waardoor appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen geld had ontvangen en slechts vrienden bezocht, maar dit werd verworpen.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank, onder meer omdat appellant op 10 juli 2014 visitekaartjes met zijn telefoonnummer uitdeelde voor afspraken. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wegens onterechte intrekking werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.