ECLI:NL:CRVB:2016:242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Wsw-indicatie wegens benodigde begeleiding boven norm
Appellante, werkzaam in Wsw-verband sinds 1976 met een onderbreking, kreeg in 2013 te horen dat zij niet langer tot de Wsw-doelgroep behoort vanwege haar begeleidingsbehoefte. Het Uwv besloot dit formeel in 2013 en verklaarde het bezwaar ongegrond in 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij met juiste begeleiding wel aan de Wsw-criteria voldoet en dat zij minder dan vijftien procent van de arbeidstijd begeleiding nodig heeft. De Raad nam het beslisschema van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken als uitgangspunt, waarin staat dat persoonlijke werkbegeleiding maximaal vijftien procent mag bedragen.
Medische adviezen van psycholoog, bedrijfsarts, arbeidsdeskundige en verzekeringsarts wezen uit dat de begeleiding die appellante nodig heeft, deze norm overschrijdt. Appellante voerde externe factoren aan, zoals het overlijden van haar moeder en vermeende tekortschietende begeleiding, maar de Raad vond onvoldoende aanleiding om op basis hiervan de medische conclusies te betwijfelen.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldoet aan de Wsw-criteria en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen Wsw-indicatie krijgt vanwege de benodigde begeleiding die de norm overschrijdt.