Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:242

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 januari 2016
Publicatiedatum
21 januari 2016
Zaaknummer
15-531 WSW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werkenInvoeringswet Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beëindiging Wsw-indicatie wegens benodigde begeleiding boven norm

Appellante, werkzaam in Wsw-verband sinds 1976 met een onderbreking, kreeg in 2013 te horen dat zij niet langer tot de Wsw-doelgroep behoort vanwege haar begeleidingsbehoefte. Het Uwv besloot dit formeel in 2013 en verklaarde het bezwaar ongegrond in 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.

In hoger beroep betoogde appellante dat zij met juiste begeleiding wel aan de Wsw-criteria voldoet en dat zij minder dan vijftien procent van de arbeidstijd begeleiding nodig heeft. De Raad nam het beslisschema van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken als uitgangspunt, waarin staat dat persoonlijke werkbegeleiding maximaal vijftien procent mag bedragen.

Medische adviezen van psycholoog, bedrijfsarts, arbeidsdeskundige en verzekeringsarts wezen uit dat de begeleiding die appellante nodig heeft, deze norm overschrijdt. Appellante voerde externe factoren aan, zoals het overlijden van haar moeder en vermeende tekortschietende begeleiding, maar de Raad vond onvoldoende aanleiding om op basis hiervan de medische conclusies te betwijfelen.

De Raad concludeerde dat appellante niet voldoet aan de Wsw-criteria en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen Wsw-indicatie krijgt vanwege de benodigde begeleiding die de norm overschrijdt.

Uitspraak

15/531 WSW
Datum uitspraak: 21 januari 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 december 2014, 14/1450 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. A.W.M. van de Wouw. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door L. den Hartog.

OVERWEGINGEN

1.1.
Op 1 januari 2015 is de Invoeringswet Participatiewet in werking getreden. Met deze wet zijn wijzigingen aangebracht in onder meer de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw). Op grond van het overgangsrecht blijft op deze zaak het recht van toepassing zoals dat gold vóór 1 januari 2015.
1.2.
Appellante is sinds 1 maart 1976, met een onderbreking van de jaren 2000 tot 2002, werkzaam geweest bij de [groep] op grond van de Wsw, laatstelijk in de functie van schoonmaakster. In 2010 is in het kader van de Wsw beslist dat de indicatie doorloopt tot
6 augustus 2020.
1.3.
Bij besluit van 1 oktober 2013 heeft het Uwv beslist dat appellante niet langer tot de doelgroep van de Wsw behoort en om die reden geen Wsw-indicatie krijgt.
1.4.
Bij besluit van 21 januari 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv het daartegen door appellante ingediende bezwaarschrift ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3.1.
Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij wel tot de doelgroep van de Wsw behoort. In dat kader stelt appellante dat zij met de juiste begeleiding wel tot het verrichten van arbeid in Wsw-verband in staat is. Appellante betwist dat zij meer dan vijftien procent van de arbeidstijd aan begeleiding nodig heeft.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Het beslisschema dat is opgenomen in de bijlage bij artikel 3 van Pro het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken, bepaalt, wat betreft de beslissing of de aanvrager tot de Wsw-doelgroep behoort in stap drie dat de aanvrager in staat moet zijn arbeid te verrichten met behulp van aanpassingen. In stap zes is bepaald dat de noodzakelijke persoonlijke werkbegeleiding voor de aanvrager beperkt dient te blijven tot maximaal vijftien procent van de te werken arbeidstijd.
4.2.
Uit het advies van 5 april 2013 van de psycholoog, het oordeel van de bedrijfsarts van
18 juli 2013, het arbeidsdeskundig onderzoek van 23 september 2013 en de medische rapportage van de verzekeringsarts in bezwaar van 17 december 2013, komt naar voren dat voor appellante de mate van begeleiding die in het kader van de Wsw kan worden geboden bij de uitoefening van de werkzaamheden niet volstaat. Appellante heeft de inhoud van deze medische stukken niet betwist, noch medische stukken overgelegd die een ander licht werpen op de grote begeleidingsbehoefte van appellante. De Raad ziet geen reden deze onderzoeksresultaten niet te volgen. Appellante heeft externe factoren genoemd, zoals de gang van zaken rondom het overlijden van haar moeder en een vermeende tekortschietende begeleiding door de [groep], die volgens haar invloed hebben gehad op haar arbeidscapaciteiten. De strekking van de diverse medische onderzoeken in aanmerking genomen, ziet de Raad daar - hoe vervelend ook voor appellante na bijna 40 jaar in
Wsw-verband te hebben gewerkt - onvoldoende aanleiding in om te oordelen dat appellante zonder invloed van deze externe factoren wel aan de criteria van de Wsw kan voldoen.
4.3.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep van appellante niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van B. Fotchind als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2016.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) B. Fotchind

HD