ECLI:NL:CRVB:2016:2430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht in WWB-zaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in een WWB-zaak. De gemachtigde van appellant werd tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €123,-, met duidelijke termijnen voor betaling.
Het griffierecht is echter niet betaald binnen de gestelde termijnen. Vervolgens heeft de advocaat zich als gemachtigde onttrokken van de zaak. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen verzocht aan te geven of hij het hoger beroep wilde voortzetten, maar appellant heeft niet gereageerd.
Gelet op het niet voldoen aan de griffierechtverplichting en het uitblijven van reactie, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.