ECLI:NL:CRVB:2016:2511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld bij psychische beperkingen en bipolaire stoornis
Appellante was werkzaam als projectcoördinator en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts vast dat zij per 28 april 2014 geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en verklaarde het recht op ziekengeld beëindigd. Appellante voerde aan niet in staat te zijn haar werk te verrichten en overlegde een rapport van een door haar ingeschakelde verzekeringsarts en informatie van haar psychiater.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig was en dat er geen reden was om te twijfelen aan hun oordeel. De door appellante overgelegde stukken boden geen aanleiding tot een ander oordeel, mede omdat de psychiater haar pas drie maanden na de relevante datum onderzocht had en de verzekeringsarts Offermans appellante niet persoonlijk had onderzocht.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte geen deskundige had ingeschakeld vanwege tegenstrijdige medische adviezen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en overweegt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep goed op de hoogte was van de diagnose en beperkingen, en dat de werkgever verlichtende omstandigheden bood die deel uitmaken van de te beoordelen arbeid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.